
de Volkskrant
26 april 2014 zaterdag
Section: Halfberliner; Blz. 5
 RONALD VELDHUIZEN
Wat werd deze maand beweerd? Mannen worden depressief als hun vrouw meer geld verdient dan zijzelf. Wat zegt de wetenschap? Ligt eraan wie het huishouden doet. 
Dames en heren opgelet. Dit gaat u beiden aan. Financieel loopt het met de vrouwen in Nederland steeds lekkerder. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldde deze maand dat maar liefst een op de vijf vrouwen inmiddels meer verdient dan haar mannelijke partner. Dag ouderwetse rolverdeling. Maar die overgang gaat niet zonder slag of stoot. Dat zegt althans socioloog Piet Bracke van de Universiteit Gent na een enquête onder 1.054 koppels. Hij ontdekte dat mannen gemiddeld depressiever zijn wanneer ze iets van hun rol als kostwinner moeten inleveren. 

Dat klinkt dramatisch. Zijn mannen nu ineens het slachtoffer van een goedbedoelde emancipatiegolf? En depressiviteit, dat is niet mis. Is het echt zo erg? 

We pakken het onderzoek erbij. Het is zojuist in het blad Health Sociology Review verschenen. Opvallend, want Bracke en de Gentse universiteit zochten al in januari de pers op, die er sindsdien gretig over schreef. Terwijl de resultaten dus net pas beschikbaar zijn. 

Goed, eerst de cijfers. Het ziet ernaar uit dat Bracke inderdaad iets heeft gevonden. Van de stelletjes waarbij de mannen depressiever waren, hing ongeveer 5 procent van alle hogere depressiescores samen met het hogere inkomen van mevrouw. De socioloog rekent netjes na dat dit geen toeval kan zijn. 

Maar toch valt er wat af te dingen. Ten eerste is het schrikbeeld van depressie wat overdreven. Het vragenlijstje dat de koppels hebben ingevuld, kan namelijk helemaal geen depressie vaststellen, maar geeft hooguit een indicatie van hoe lekker iemand in zijn vel zit. Dus 'somber' of 'ontevreden' kan het ook zijn. 

En 5 procent ongelukkiger, is dat veel? Hoogleraar sociologie Matthijs Kalmijn van de Universiteit van Amsterdam vindt van niet. 'Veel bepalender voor de welgesteldheid van mannen is de depressiescore van de vrouw, als je naar de getallen in de studie kijkt', zegt hij. 'Dat verband is drie keer sterker.' 

Bracke geeft aan de telefoon toe dat het geen wereldschokkende cijfers zijn. 'Maar dat was ook niet het punt van onze studie', zegt hij. 'We wilden laten zien dat er machtsverschuivingen in de maatschappij plaatsvinden en dat die gevolgen hebben. Straks hebben vrouwen veel sterkere posities en dat gaan mannen merken. Het feit dat we al een verschil op dit vlak kunnen meten, hoe klein ook, sterkt me in de overtuiging dat dit invloed heeft op de mentale gesteldheid van een bepaald type man.' 

Dat zou kunnen. Er is alleen een extra probleempje: Bracke heeft namelijk helemaal niet aangetoond dat depressievere gevoelens bij mannen daadwerkelijk worden veroorzaakt door het relatieve inkomen van zijn vrouw. Hij toont enkel aan dat deze twee hand in hand gaan, om een of andere reden. 

Laat het nou zo wezen dat er genoeg andere denkbare redenen bestaan voor een ongelukkige vent, die met gemak kunnen samenlopen met het relatieve inkomen van zijn vrouw. 

Bijvoorbeeld: een man met een slechtbetaalde baan is in onze maatschappij misschien sowieso minder goed af. En ja: als hij minder verdient, is zij nou eenmaal vaker de kostwinner. 

Dat is ook precies wat je in de meeste sociologische studies ziet, vertelt Kalmijn. 'Vergelijk je in een onderzoek de depressiescores van alleenstaande mannen met die van getrouwde mannen, dan vind je geen verschil. Alleen zijn eigen inkomen heeft invloed.' 

Kortom: het omkeren van de rolverdeling als kostwinner eist voor zover we weten geen mannelijke slachtoffers. Kunnen de kerels weer gerust wezen. Overigens sluit dat geen machtsstrijd binnen koppels uit, stelt Kalmijn. Uit zijn eigen onderzoek blijkt dat vooral eerlijkheid voorop staat. Stelletjes kunnen heibel verwachten zodra de één werkt én al het huishouden doet, terwijl de ander op z'n gat zit. Wie in dit conflict man of vrouw is, maakt niet uit. 

 
Het inkomensverschil tussen mannen en vrouwen was in 2008 nog 20 procent, in 2012 was dat 18 procent, zegt het CBS.
lllustratie Leonie Bos
